Home Onderwerpen Zoek Correspondent Banner Over ons Contact


Sociologie van het luchtschrijven

- Internet als medium en object van sociologisch onderzoek -

Albert Benschop

Nederlandse bewerking van een lezing voor het XIVe Wereldcongres voor Sociologie
van de International Sociological Association, 26 juli - 1 augustus 1998.

  1. Internet als medium en object
  2. Elektronische netwerken
  3. Analyse van netwerken van de toekomst
  4. Sociale aanwezigheid

Referenties

Pen Man
Internet als medium en object

Het internet is niet alleen een uniek communicatiemedium voor sociologen, maar ook een bijzonder object van sociologisch onderzoek. We zijn nog steeds bezig om te leren hoe we het internet kunnen gebruiken als instrument voor communicatie en informatie. Hierdoor verandert niet alleen de manier waarop we met elkaar communiceren en onze informatie verzamelen, maar ook de manier waarop we schrijven en lezen. Tegenwoordig kunnen we onze gedachten en onderzoeksresultaten direct in de 'lucht van cyberspace' schrijven.

Internet biedt academische onderzoekers mogelijkheden die voorheen niet bestonden. Het is makkelijker om toegang tot informatie te krijgen en om in contact te komene met onderzoekers die op gelijksoortige gebieden werkzaam zijn. Maar bovenal is internet natuurlijk een uitgelezen medium om respondenten te bereiken. Vaak zijn groepen die men wil onderzoeken moeilijk te bereiken, of liggen de thema's die men wil onderzoeken nogal gevoelig. Via internet is het makkelijker om geschikte respondenten te vinden en is het voor respondenten mogelijk om volledig anoniem te reageren. Zoals bij elk onderzoek is het ook bij online research van belang dat er geen vertekening optreedt in de steekproef ('sampling bias'). Zolang men er niet 'iedereen' op het internet is aangesloten, zal elke aselect uitgevoerd steekproef rekening moeten houden met onderrepresentatie van niet-internetters. Naarmate het gebruikt van het internet algemener wordt, zullen de methoden van online dataverzameling representatiever worden.

Tegelijkertijd proberen we vat te krijgen op het internet als een nieuwe vorm van sociale interactie, van netwerk- en gemeenschapsvorming. Er ontwikkelt zich een nieuw soort sociologie, of minstens een nieuw soort object van sociologisch onderzoek en theorievorming: cybersociologie.

De analyse van virtuele netwerken en gemeenschappen heeft sociologen voor aanzienlijke problemen gesteld. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat het begrippenapparaat waarmee zij lokale netwerken en gemeenschappen te lijf gaan niet goed is toegesneden op de ontcijfering van hun virtuele tegenhangers. Een aantal basisbegrippen uit de sociologische traditie is daarom toe aan een grondige revisie.

In de opkomende sociologie van cyberspace ('netsociologie) moeten een aantal pertinente vragen worden besproken:

  1. Wat zijn de eigenaardigheden van cyberspace interacties, netwerken, organisaties en gemeenschappen?

  2. Hoe kunnen we deze nieuwe vormen van sociale interactie analyseren?

  3. Hoe kunnen we het sociologisch concept van (netwerken van) persoonlijke relaties zodanig reviseren of oprekken dat computer-gemedieerde interacties en communicaties hun rechtmatige plaats krijgen binnen dit concept?

Index


Netsociologie

Computers over de hele wereld zijn met elkaar verbonden via hoge-snelheids telecommunicatielijnen. Aan de andere kant van hun schermen zitten mensen van alle nationaliteiten, van alle etnisch-culturele groepen, beroepen en sociale klassen, van alle religies en politieke overtuigingen, van alle leeftijden en levensstijlen, van beide geslachten. Zij vertonen met elkaar, maar ook onderling een rijke schakering aan voorkeuren en afkeuren, toekomstverwachtingen en angsten, sympathieën en antipathieën.

Het zijn mensen die in staat zijn om zeer snel ideeën en informatie uit te wisselen via dit netwerk. Deze nieuwe 'van mens tot mens' interface brengt zowel opwinding als wanhoop teweeg. Veel van de mensen die elkaar via het internet hebben leren kennen, hebben elkaar in werkelijkheid nog nooit ontmoet. Vaak weten zij helemaal niet hoe de personen eruit zien waarmee zij meer of minder regelmatig - nuttige of misleidende - informatie en - interessante of triviale - meningen uitwisselen. Maar zij zouden elkaar zónder dit internet waarschijnlijk nooit hebben ontmoet.

Mensen die elkaar op deze manier ontmoeten doen dat in een nieuwe wereld die 'bijna echt' is. Het is een sociale wereld van 'mensen zonder lichaam'. Tijdens de ontmoeting en conversatie laten de bewoners van deze 'virtuele' wereld hun lichaam thuis. Voor sommige (eigen)aardigheden van de menselijke soort is dit een grote handicap. Veel van onze dagelijkse beslommeringen en van onze grootste vreugdes is immers gebonden aan de lichamelijkheid van ons bestaan. We moeten ons lichaam dagelijks voeden om het biologisch systeem in stand te houden, we ervaren het als vreugde wanneer we goed in ons vel zitten, wanneer we iets moois zien of lekkers voelen, wanneer we teder worden aangehaald of klaarkomen, wanneer we iets heel lekkers eten of prachtige geuren ruiken.

Mensen die elkaar op deze manier ontmoeten doen dat in een nieuwe wereld die 'meer dan echt' is. Het is een sociale wereld van 'mensen die communiceren'. Mensen zijn symboolmakende en symbooluitwisselende dieren. Het internet faciliteert onze uitwisseling van symbolische informatie en maakt het dus mogelijk om zo niet 'meer mens' dan toch wel specifieker menselijk te worden. De symbolische interacties die zich voltrekken in virtuele werelden zijn niet meer of minder werkelijk dan die zich in de 'werkelijke' wereld voordoen. De communicaties van menselijke symbolen (gedigitaliseerde teksten, geluiden, stilstaande of bewegende beelden) genereren bij de deelnemers een gevoel van sociale aanwezigheid. Zij gaan zich verwant voelen aan mensen die dezelfde interesse of hobby delen, aan mensen die dezelfde voorkeuren delen of die zich tegen hetzelfde onrecht verzetten. Alle sociale en psychologische effecten van deze computergemedieerde communicatie zijn vergelijkbaar met die van de bekende 'face-to-face' communicatie. Het grote verschil is dat we met computergemedieerde interactie gigantisch veel meer mensen kunnen bereiken dan met onze een-op-een communicatie (de massacommunicatiemedia zijn bijna volledig 'top-down' gericht en zijn daarom in handen van gevestigde elites).

Het internet omvat vele communicatiemedia, maar het is in ieder geval ook een medium dat de 'velen-op-velen' communicatie mogelijk maakt. Bovendien kunnen we via het internet communiceren 'op afstand'. Wie eenmaal toegang heeft tot het internet kan communiceren met alle andere op het internet aangesloten mensen, waar ook ter wereld. Wij hoeven ons lichaam niet meer te verplaatsen als wij interactief willen communiceren met iemand die zich aan het andere einde van de wereld bevindt. We hoeven zelfs niet meer op hetzelfde tijdstip achter onze computers 'aanwezig' te zijn. We kunnen de voor ons relevante informatie ophalen wanneer het ons schikt: 'just in time'.

Cybersociologie is de wetenschap die zich bezig houdt met de bestudering van het sociale handelen van mensen in virtuele gemeenschappen en netwerken, organisaties en persoonlijke relaties. Deze nieuwe virtuele gemeenschappen en netwerken worden niet meer gedefinieerd door geografische of semiotische grenzen, maar worden geconstrueerd in de cyberruimte op basis van gemeenschappelijke, verbindende interesses.

Cyberspace is een illusie, het is een consensuele hallucinatie die nergens in onze fysieke werkelijkheid bestaat. Het is een ruimte die strikt genomen alleen tussen onze oren bestaat. De cyberruimte is juist helemaal niet meer plaatselijk af te bakenen. Het is een werkelijkheid die 'nergens' gelokaliseerd kan worden en toch steeds sterker 'overal' aanwezig is. Het is een nieuwe vorm van sociale werkelijkheid die een uitdaging vormt voor sociologen die er niet voor terugschrikken om dergelijke schijnbaar 'metafysische' realiteiten te onderzoeken. Een ding is zeker: steeds meer mensen definiëren en ervaren 'cyberspace' als werkelijk. En sociologen zouden moeten weten dat "wanneer mensen situaties als werkelijk definiëren, zij werkelijk zijn in hun gevolgen" [W.I. Thomas].

Ook de sociologie zelf ontwikkelt zich vandaag de dag steeds meer in de virtuele werkelijkheid. Sociale wetenschappers spenderen net als hun collega's in andere vakgebieden veel tijd in de nieuwe werkelijkheid van elektronische communicatie. Dit resulteert in persoonlijke interacties en collegiale netwerken die 'zo goed als werkelijkheid' zijn. Sociologen delen dus dezelfde hallucinatie als andere (inter)netbewoners, op een manier die volledig interactief en wederzijds is.

De virtuele werkelijkheid die in en door het internet tot stand is gekomen is een eigenaardig fenomeen. Deze eigenaardigheden zijn het onderwerp van de sociologische verkenningen die in dit elektronische boek worden behandeld. Het zijn bouwstenen voor een sociologie van het internet: cybersociologie.

De sociologie van het internet is per definitie een 'work in progress' - nooit afgerond en altijd in beweging. Cybersociologie is een zeer jeugdige discipline die nog alle kenmerken vertoont van puberaal gedrag. Ze is onzeker en brutaal, wil heel veel en kan toch nog maar weinig, zoekt naar haar eigen identiteit en zet zich af tegen de gevestigde orde. Door de virtualisering van de samenlevingsverbanden is een democratischer en rechtvaardiger wereld mogelijk geworden.

Cybersociologie is een lastige discipline omdat zij moet schieten op snel bewegende objecten die telkens van karakter veranderen. Het is te vergelijken met de problemen die men vroeger had met de ontdekking van nieuwe continenten. Je ontdekt min of meer bij toeval dat er een nieuw continent bestaat en zet de eerste voet aan land. Maar je weet nog niet precies wát je hebt ontdekt: hoe ziet het land er uit, wat zijn de mogelijkheden en beperkingen, wat ga je er doen en wat moet je laten, voor wie is dit land bestemd? Op deze en vele daarmee samenhangende vragen moet in de cybersociologie een antwoord worden gezocht. Die antwoorden komen wel als we eerst de vragen maar scherp weten te stellen.

Cybersociologie is per definitie een interdisciplinaire wetenschap die er niet voor moet terugschrikken om zich in te laten met problemen en thema's die voorheen door vooral andere sociaal-wetenschappelijke disciplines werden onderzocht. Cybersociologie heeft alleen kans om volwassen te worden wanneer zij verschillende disciplinaire perspectieven weet te combineren: historische, antropologische, technologische, economische, culturele, psychologische en politieke perspectieven. Dat lijkt een onmogelijke en in ieder geval zeer ambitieuze opgave. Maar dat hoort nu eenmaal bij een jeugdige-puberale, lastig-innovatieve wetenschap van de virtuele sociale werkelijkheid.

Cybersociologie is tenslotte vooral een program en een uitdaging. Het is een onderzoeksprogramma waarvan de uitgangspunten nog onhelder zijn en waarvoor de theoretische grondslagen nog gelegd moeten worden. En juist daarom is het een uitdaging voor sociale wetenschappers die het spannend vinden om in een vliegtuig te stappen dat op reis gaat door een ruimte die in werkelijkheid niet fysiek bestaat, waarvan niemand van te voren weet hoelang deze vlucht gaat duren en waar het vliegtuig zal landen. Want dat zijn in ieder geval drie eigenaardigheden van cyberspace:

  1. het is een wereld waarin men zich in één oogwenk - d.w.z. met een muisklik - kan verplaatsen van het de ene kant van de aardbol naar de andere: afstand speelt geen rol meer in computergemedieerde interacties en communicaties; virtueel leef je vlak naast elke andere netizen (net citizen) in de wereld.

  2. de tijden die in cyberspace gelden zijn niet alleen aanzienlijk versneld, maar ook in veel sterkere mate geïndividualiseerd.

  3. hoe de virtuele sociale werkelijkheid die via het internet tot stand komt er in de toekomst uit zal zien weten we niet: wat de toekomst van het internet zal zijn hangt af van wat mensen daarmee doen, hoe zij ermee omgaan, hoe zij daarin hun eigen behoeften, belangen en aspiraties kunnen realiseren.

De opdracht van de cybersociologie is het analyseren van deze en vele andere eigenaardigheden van de virtuele sociale interacties en communicaties, netwerken en gemeenschappen, organisaties en instellingen, samenlevingsverbanden en wereldomspannende culturen.

De virtuele ruimte is een structurerend zwaartepunt met uitwerkingen op alle maatschappelijke gebieden. De virtuele ruimte


Cybersociologie is de wetenschap die zich toelegt op de bestudering van de overgang van het industriële naar het informationele kapitalisme en op de nieuwe virtuele samenlevingsvormen en -processen die zich daarin via open elektronische netwerken ontwikkelen.

Cybersociologie is daarom in zeker opzicht niets anders dan sociologie van het internet: n e t s o c i o l o g i e.

Index


Elektronische netwerken en gemeenschapppen

'Virtuele gemeenschap' is een indicatieve term: het een verzameling mensen die 'virtueel' een gemeenschap vormen in plaats van een werkelijke gemeenschap in de nostalgische zin van het woord [Fernback/Thompson 1995].

Toch is een virtuele gemeenschap geen 'tweedehands wereld'. Een wereld waarin mensen, geketend aan hun computerschermen, het leven ervaren via een dehumaniserende technologie in plaats van door menselijk contact en intimiteit.

Een van de pioniers van het sociologisch onderzoek naar online gemeenschappen is Howard Rheingold. Hij definieert virtuele gemeenschappen als

De gemeenschappen in cyberspace zijn ontstaan:

Index


Analyse van netwerken van de toekomst

Om de netwerken van de toekomst goed te kunnen analyseren, moeten ik - het spijt me - nu toch een beetje theoretischer.

Netwerkanalyses zijn er tegenwoordig in alle soorten en maten.

Het netwerkconcept kan dus in zeer uiteenlopende theoretische referentiekaders worden gebruikt.

Wie in de huidige sociologische literatuur naar een heldere afbakening van het begrip netwerk zoekt, moet zich op een teleurstelling voorbereiden: het netwerk begrip zelf is allesbehalve eenduidig. De reden daarvoor is niet alleen dat het netwerkconcept vanuit zeer diverse theoretische optieken wordt gethematiseerd. Het onderzoeksobject zelf lijkt in de laatste jaren aanzienlijk van karakter veranderd te zijn. Omdat de praktijk van onze persoonlijke sociale relaties en de netwerken van deze sociale relaties zich wijzigt, ligt het voor de hand de vraag op te werpen of het netwerp-concept niet zelf aan een grondige revisie toe is.

Het is in de sociologie gebruikelijk om netwerken te definiëren als een specifiek niveau van sociale handelingsintegratie. Minder gebruikelijk is het om een helder analytisch onderscheid te maken tussen drie niveaus van sociale handelingsintegratie:

De vooronderstelling is dus dat sociaal handelen van menselijke individuen is ingebed of geïntegreerd in drie contexten:
  1. in netwerken van persoonlijke relaties (interactionele handelingscontext),

  2. in patronen van organisationele relaties (organisationele handelingscontext)

  3. in structuren van meer omvattende maatschappelijke verhoudingen (maatschappelijk handelingscontext).
Het interactionele integratieniveau omvat sociale handelingen (dus interacties & communicaties) die zich voltrekken in directe - fysieke of computergemedieerde - sociale aanwezigheid van actoren: face-to-face interactie. De inbedding van sociaal handelen in netwerken van persoonlijke relaties dus slechts één - en niet op voorhand het belangrijkste - niveau van handelingsintegratie.

Niveaus van maatschappijanalyse Systeemniveau Handelingsniveau
Maatschappelijk niveau Omvattend sociaal systeem en subsystemen Maatschappelijk handelen
Organisationeel niveau Organisaties en netwerken van organisaties Organisationeel handelen
Interactioneel niveau Directe sociale interactiesystemen: dyadische sociale relaties & netwerken Interactioneel of rolhandelen
Bron: Benschop [1993:79]

Index


Sociale aanwezigheid

Er is tot nu toe altijd van uitgegaan dat het interactionele niveau van handelingsintegratie fysieke nabijheid veronderstelt: Alleen in een dergelijke situatie zouden de twee kenmerkende eigenschappen van persoonlijke interactie volledig tot hun recht kunnen komen: In de klassieke formulering van Erving Goffmann werdt deze conditie van 'copresence' als volgt geformuleerd:

De combinatie van computer- en telecommunicatietechnologieën heeft geleid tot revolutionaire tijd-ruimtelijke verdichting: versnelling van de tijd en contractie van de ruimte. Hierdoor zijn volledig nieuwe mogelijkheden voor directe persoonlijke interactie en communicatie ontstaan. Bijna alle vormen van interactie en communicatie kunnen tegenwoordig via op het internet aangesloten computers verlopen. Door deze computergemedieerde communicatie (CMC) wordt de oude premisse van de 'co-presentie' voor persoonlijke sociale relaties en netwerken in toenemende mate achterhaald.

Interacties die vroeger face-to-face verliepen zullen steeds meer door computers worden gemedieerd. Sociale interactie en communicatie kunnen digitaal worden gerepliceerd. Dat is mogelijk omdat we met de huidige computer- en telecomtechnieken in staat zijn om zowel tekst, geluid als beeld op een geïntegreerde wijze digitaal te dupliceren: van email en FTP via internet en intranet tot videofoon en videoconferentie.

Voor directe sociale interactie zijn twee elementen van essentieel belang: stem en gelaatsuitdrukking. De kern van de zaak lijkt deze: door gedigitaliseerde hereniging van gezicht met stem wordt fysieke nabijheid zo goed als werkelijk ('virtueel'). De aanwezigheid van de communicatiepartner wordt in ieder geval ervaren als sociale werkelijkheid. Hierdoor zullen de grenzen tussen face-face en computergemedieerde interacties steeds meer vervagen.

Met deze beperkingen in het achterhoofd moet men constateren dat we aan het begin staan van de ontwikkeling van nieuwe, computergemedieerde netwerken. Het sociologisch begrip van (netwerken van) persoonlijke sociale relaties is toe aan een grondige revisie. Het moet zodanig worden 'opgerekt' dat computergemedieerde interacties en communicaties daarin een volwaardige plaats krijgen. Dat kan alleen wanneer de klassieke sociologische vooronderstelling van de lijfelijke 'copresence' wordt losgelaten. Mensen kunnen tegenwoordig ook direct met elkaar interacteren en communiceren wanneer zij niet gelijktijdig in een en dezelfde fysieke ruimte aanwezig zijn.

De essentie van het interactionele niveau van handelingsintegratie is niet de directe lijfelijke aanwezigheid, maar de sociale aanwezigheid, dat wil zeggen het vermogen van een communicatiemedium om groepsleden het gevoel te geven van de aanwezigheid van een actor waarmee men direct ('interactief') kan communiceren. Sociale aanwezigheid komt niet alleen tot stand door lijfelijke 'copresence' maar kan ook door computergemedieerde 'telepresence' worden gegenereerd.

Het wordt tijd om het Thomas theorema ook eens toe te passen op virtuele gemeenschappen.

Omdat de meeste mensen het Web tegenwoordig als iets reëels beschouwen, moet men volgens het Thomas theorema verwachten dat het ook werkelijke gevolgen heeft. Het sociologisch onderzoek van het internet concentreert zich op deze concepten van de realiteit en hun gevolgen.

De nieuwe sociale werkelijkheid van elektronische communicatie (interacties en netwerken) is virtueel ('just like reality', 'net echt'). Virtuele netwerkers delen dezelfde hallucinatie als andere bewoners van de internet gemeenschap. Voor sommige mensen hebben virtuele netwerken veel grotere effecten op hun alledaagse doen en laten dan de traditionele gemeenschappen. Virtuele gemeenschappen bestaan écht, 'and they are here to stay'.

Index


Referenties en Informatiebronnen

Index


Home Onderwerpen Zoek Correspondent Banner Over ons Contact

Amsterdam, juni 1998